[SlideDeck2 id=48]
vereniging
bestuursbureau
scholen

Faseonderwijs

De organisatie van ons onderwijs is tot en met groep 4 anders ingericht dan op de meeste basisscholen: om beter aan te sluiten bij de natuurlijke manier van leren van jonge kinderen en hun, vaak sprongsgewijze, ontwikkeling werken we in fasengroepen in plaats van in jaargroepen.
Dat betekent: niet één maar twee keer per jaar starten met het aanvankelijk leesproces, rekenen en taal en het creëren van groeperingsvormen die beter aansluiten bij de ontwikkeling van de kinderen.
Wij vinden een doorgaande lijn in ons onderwijs belangrijk en dat betekent: goede aansluitingen tussen leerjaren, het laten doorlopen van diverse werkvormen in de hele school en het toepassen van kindgerichte leerstappen. Werken met de fasenvorm in de eerste 4 leerjaren is een logische stap die uitstekend past in ons onderwijsconcept.

Praktisch gezien is het zo dat elk van de eerste 4 leerjaren wordt verdeeld in tweeën. Elke helft wordt een fase genoemd. Zo komen er 8 fasen die een kind doorloopt voordat het in groep 5 komt en vervolgens de verdere schooljaren in jaargroepen bij ons afmaakt. In de eerste schooljaren ontwikkelen en leren kinderen op een andere manier dan op latere leeftijd. De wijze waarop die leerstappen verlopen, vraagt om een iets verschuivende en meer logische samenstellingen van onder- en middenbouwgroepen.
Kleuters komen in fase 1-2-3 groepen en zitten daar, afhankelijk van de maand van instromen ongeveer 1 ½ jaar bij dezelfde leerkracht(en).
Het laatste half jaar van de kleuterperiode wordt fase 4 genoemd en is op emotioneel en verstandelijk niveau het best te koppelen aan de eerste helft van wat voorheen groep 3 werd genoemd.
In het faseonderwijs noemen we de eerste helft van groep 3 fase 5. Deze twee fasen gaan dus samen een groep vormen. In deze fase 4-5 vindt vooral de verkenning, voorbereiding en het aanvankelijk lezen en rekenen plaats. Beide fasen hebben een eigen verwerking van de aangeboden leerstof.

Bij een normaal verlopende ontwikkeling schuiven de kinderen, als zij de doelen van hun fase hebben gehaald, ieder half jaar een fase door.
Door te gaan werken in deze halfjarenvorm voorkomen we dat kinderen overvraagd of geremd worden in hun ontwikkeling. Eigenlijk verkleinen we de leerstappen van een heel jaar naar een half jaar en dus ook het al dan niet doorschuiven naar een nieuwe fase. Concreet betekent dit dat kinderen op de St. Aloysius voortaan niet alleen in augustus/september, maar ook in januari/februari kunnen starten met het aanvankelijk lees- en rekenproces.
Kinderen die in februari fase 8 hebben afgerond doen daarna fase 8+. Zij hebben zich de basisstof eigen gemaakt en zullen in hun leerprogramma verbreding en verdieping en waar nodig herhaling krijgen aangeboden. Samen met de kinderen van fase 8 zullen zij de groep vormen die na de zomervakantie verder gaat als ‘groep 5’.

Principes en uitgangspunten van het faseonderwijs:

Elk kind is anders: we proberen zoveel mogelijk rekening te houden met de verschillen tussen kinderen wat betreft werktempo, aanleg, interesse en instructiebehoefte.
Er zijn echter ook overeenkomsten tussen kinderen.
We trachten zoveel mogelijk rekening te houden met de behoeften van elk kind aan autonomie, competentie en relatie en een uitdagende leeromgeving met voldoende prikkels daagt het kind uit tot leren.
Elk kind moet succeservaringen op kunnen doen, dus de taak moet passen bij het kind en niet andersom.
De rol van de leerkracht is het kind te begeleiden in zijn natuurlijke ontwikkeling. Begeleiding dient vooral gericht te zijn op het leerproces, en niet op de controle van het product. Elk kind moet, voor zover mogelijk, keuzes kunnen maken m.b.t. de manier waarom hij de doelen bereikt.
Als kinderen samenwerken en elkaar helpen leren ze veel van elkaar.
“Voorzeggen” is niet erg, voordoen en nadoen is een belangrijke werkvorm bij het verwerven van kennis!
Kinderen kunnen veel van elkaar leren, daarom wordt er regelmatig gewerkt met een maatje.
Elke fase heeft zijn eigen “leerstofpakket” Dit pakket omvat behalve cognitieve doelen ook doelen op het gebied van o.a. motoriek, werkhouding en de sociaal emotionele ontwikkeling. Het leerstofpakket heeft een duidelijke structuur met een heldere opbouw en voldoende oefeningen voor alle typen kinderen. De stof is verdeeld in overzichtelijke porties, zodat zowel de leerkracht als de kinderen weten op welk punt van de “leerweg” het kind zich bevindt. Elke stap wordt afgesloten met een toetsmoment.
Er is een duidelijke streeflijn uitgezet, die duidelijk maakt op welk punt van de leerweg een kind op een bepaald moment zou moeten zijn, zodat eventuele problemen en stagnaties in de ontwikkeling vroegtijdig worden gesignaleerd. Een kind dat de stof nog niet beheerst, krijgt voldoende tijd, oefening en hulp om de stap ook onder de knie te krijgen.
Wat je al weet hoef je niet meer te leren, dus als je de leerstap beheerst mag je verder met de volgende.
De organisatie van het onderwijs is zo ingericht dat de leerkracht zoveel mogelijk tijd kan besteden aan de begeleiding van de kinderen. Om dit te realiseren wordt er regelmatig zelfstandig gewerkt.
Materialen worden goed opgeborgen en zijn voor iedereen terug te vinden. De inrichting van het lokaal en de gangen is functioneel en geschikt gemaakt voor het werken met kleinere groepjes.

Agenda

juni 2017

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
facebook